Wanneer je hond ziek is, wil je begrijpen wat er aan de hand kan zijn. Sommige namen hoor je bij vaccinaties, andere pas wanneer de dierenarts onderzoek doet. Hieronder leggen we tien hondenaandoeningen uit: wat ze betekenen, welke signalen aandacht vragen en hoe je preventie bespreekt. Het is een selectie, geen ranglijst van de meest voorkomende ziekten.
Dezelfde klacht kan verschillende oorzaken hebben. Dit overzicht helpt je ziektebegrippen begrijpen, maar stelt geen diagnose bij jouw hond. Bij benauwdheid, instorten, niet kunnen plassen of snelle achteruitgang bel je direct. Bij een zieke puppy vraag je extra snel advies.
1. Oormijt: jeuk en irritatie in de oren
Oormijten kunnen de gehoorgang irriteren. Je hond kan krabben, zijn kop schudden of pijn tonen wanneer je bij het oor komt. Donker materiaal bewijst niet dat het oormijt is: andere oorproblemen kunnen er vergelijkbaar uitzien. De dierenarts onderzoekt de oorzaak voordat een passend middel wordt gekozen.
Gebruik geen oude oordruppels of zelfgemaakte mengsels. Bij een bevestigde parasitaire infectie kan het nodig zijn andere dieren in huis mee te beoordelen. Alleen schoonmaken zonder de oorzaak aan te pakken, is niet altijd voldoende.
2. Ringworm: een besmettelijke huidschimmel
Ondanks de naam is ringworm geen worm, maar een schimmelinfectie. Kale, schilferende plekken en afgebroken haren kunnen voorkomen; de plekken zijn niet altijd mooi rond. De infectie kan via dieren en besmette spullen worden verspreid en ook mensen treffen.
Laat huidklachten onderzoeken en bespreek behandeling en schoonmaak van de omgeving. Deel borstels niet zomaar met andere dieren. Krijg je zelf verdachte huidplekken, neem dan contact op met de huisarts. Contact met een besmet dier betekent niet dat iedereen automatisch ziek wordt.
3. Canine coronavirus: een darminfectie bij honden
Het darmcoronavirus van honden is niet hetzelfde als SARS-CoV-2. Besmetting kan samenhangen met contact met besmette ontlasting. Diarree en braken komen echter bij veel darmaandoeningen voor: aan die klachten alleen kun je dit virus niet herkennen.
Ruim ontlasting op en houd een hond met diarree weg van gezamenlijke speelactiviteiten totdat je advies hebt over het vervolg. Vooral bij een pup, herhaald braken of sufheid wacht je niet rustig dagen af. Onderzoek kan nodig zijn om andere oorzaken te beoordelen.
4. Hondenziekte of ziekte van Carré
Canine distemper is een ernstige virusziekte die onder meer luchtwegen, darmen en het zenuwstelsel kan aantasten. Klachten en ziekteverloop verschillen. Het is niet uitsluitend een verkoudheid die vanzelf overgaat.
Vaccinatie helpt beschermen en hoort bij de basispreventie. Bij puppy's wordt die bescherming opgebouwd met een passend schema. Laat een onbekende vaccinatiegeschiedenis controleren, in plaats van uit te gaan van bescherming omdat de hond er gezond uitziet.
5. Infectieuze hepatitis of ziekte van Rubarth
Deze besmettelijke ziekte wordt veroorzaakt door canine adenovirus type 1 en kan onder meer de lever aantasten. Het verloop kan ernstig zijn, maar is niet bij iedere hond hetzelfde. Verminderde eetlust of geelgekleurde slijmvliezen vertellen op zichzelf niet welke ziekte speelt.
Vaccinatie helpt ook hier beschermen. Bespreek het vaccinatieplan bij de dierenarts en meld mogelijke blootstelling aan zieke honden. Bij een verdenking bepaalt onderzoek wat er aan de hand is en welke zorg nodig is.
6. Kennelhoest en andere luchtweginfecties
Kennelhoest is een besmettelijk luchtwegsyndroom waarbij verschillende verwekkers een rol kunnen spelen. Ook buiten een kennel kunnen honden elkaar besmetten. Hondengriep is niet simpelweg een andere naam voor kennelhoest.
Een milde hoestende hond kan verder levendig blijven, maar hoesten met benauwdheid, sufheid of niet eten vraagt snelle beoordeling. Bel de kliniek vóór een bezoek, zodat je andere honden niet onnodig blootstelt. Lees meer over kennelhoest en preventie.
7. Leptospirose: risico voor hond én mens
Leptospirose is een bacteriële infectie die onder meer de nieren en lever kan beschadigen. Besmette urine en een vervuilde omgeving kunnen bij de overdracht meespelen. Alleen je hond uit stilstaande plassen houden, biedt geen volledige bescherming.
Vaccinatie is een belangrijke preventiemaatregel om met de dierenarts te bespreken. Is er een verdenking op deze ziekte, vraag dan ook welke hygiëne nodig is bij urine en schoonmaak. De infectie is eveneens relevant voor mensen.
8. Hondsdolheid of rabiës
Rabiës is een levensbedreigende ziekte die ook mensen kan treffen. Voor reizen en invoer gelden vaccinatie- en documentvoorwaarden. Regel die ruim op tijd; contact met dieren beperken vervangt een verplichte vaccinatie niet.
Na mogelijk contact met een besmet dier vraag je direct advies, zonder op symptomen te wachten. Bij blootstelling van een mens is ook medische hulp nodig. Bekijk onze uitleg over rabiësvaccinatie en reizen.
9. Parvovirose: vooral gevaarlijk voor onbeschermde pups
Parvo is een besmettelijke virusziekte die ernstige darmklachten kan veroorzaken. Vooral onbeschermde jonge honden kunnen snel in problemen komen. Een pup die braakt, diarree heeft en suf wordt, moet snel worden beoordeeld, ook als je nog niet weet of parvo de oorzaak is.
Behandeling is intensieve zorg op maat, geen medicatieschema voor thuis. Vaccinatie helpt beschermen. Meld bij het bellen een mogelijke verdenking, zodat de kliniek rekening kan houden met besmettingsgevaar voor andere honden.
10. Diabetes of suikerziekte
Bij diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet goed regelen. Meer drinken en plassen, meer eetlust en toch afvallen kunnen signalen zijn. Ze komen ook bij andere aandoeningen voor. De dierenarts gebruikt onderzoek, waaronder bloed en urine, om duidelijkheid te krijgen.
Een hond met diabetes heeft doorgaans langdurige behandeling en controle nodig. Een vaste routine rond voeding en voorgeschreven insuline helpt daarbij. Verander de dosis niet zelf. Bij braken, ernstige sufheid of zwakte neem je snel contact op, ook wanneer de diabetes al bekend is.
Preventie en een praktische voorbereiding
Je hoeft niet alle ziektebenamingen uit je hoofd te kennen. Weten wat voor je hond normaal is, helpt je veranderingen opmerken. Vertel bij het bellen wanneer klachten begonnen, wat hij nog eet en drinkt en welke medicatie hij gebruikt. Meld ook reizen en mogelijke besmettingscontacten.
Bespreek vaccinaties en parasietenbescherming bij veranderingen in leefstijl. Denk daarnaast aan zorgkosten: via https://www.overstappen.nl/dierenverzekering/ kun je je oriënteren en een huisdierenverzekering vergelijken. Lees voorwaarden en uitsluitingen; een bestaand probleem is niet vanzelf gedekt.



