Sinds 1 oktober 2026 controleert de Raad van Beheer bij iedere dekking of de ouderdieren voldoen aan de Foknormen voor hun ras. Ontbreekt een verplicht screeningsonderzoek of heeft een ouderdier een fokuitsluitende uitslag, dan worden voor de pups uit die combinatie geen stambomen afgegeven.
Dat is een belangrijke verandering binnen de Nederlandse rashondenfokkerij. De dekdatum is beslissend, ook bij een buitenlandse reu of het gebruik van ingevroren sperma. Tegelijk zijn de Foknormen geen algemene fokwet en evenmin een garantie dat iedere pup gezond zal blijven. Hieronder lees je wat er precies wordt gecontroleerd en waar fokkers en pupkopers op kunnen letten.
De dekdatum bepaalt of een nest aan de Foknormen voldoet
De Raad van Beheer publiceerde op 1 juli 2026 Foknormen voor alle rassen. Sinds 1 oktober worden ze daadwerkelijk gecontroleerd. De onderzoeken die voor een ras verplicht zijn, moeten op de dag van de dekking zijn uitgevoerd. De uitslagen moeten dan bekend en, wanneer een onderzoek een geldigheidsduur heeft, nog geldig zijn.
Dat betekent niet dat iedere uitslag op de dekdatum al technisch in de registratie van de Raad van Beheer moet staan. Voor eigen honden adviseert de organisatie om de stukken ruim vooraf via MijnRvB aan te leveren. Bij een buitenlandse reu die nog niet eerder in Nederland is gebruikt, kunnen de uitslagen bij de dekaangifte worden ingediend. De fokker blijft verantwoordelijk voor de inhoud en geldigheid ervan.
Een duidelijk voorbeeld is het ECVO-oogonderzoek. Wanneer dit onderzoek voor het ras verplicht is, mag de uitslag op de dekdatum niet ouder zijn dan twaalf maanden. Dat de geldigheid kort daarna verstrijkt, bijvoorbeeld vóór de geboorte van de pups, verandert de beoordeling van die dekking niet.
Vijf screeningsonderzoeken vormen de eerste stap
De eerste fase draait om vijf geprotocolleerde screeningsonderzoeken. Welke onderzoeken verplicht zijn, verschilt per ras. Een fokker moet daarom altijd de actuele Foknormen voor het betreffende ras raadplegen en niet uitgaan van de voorwaarden van een ander ras.
- Heupdysplasie (HD): HD D en E zijn fokuitsluitend. HD C is niet automatisch voor ieder ras uitgesloten.
- Elleboogdysplasie (ED): ED II en III zijn fokuitsluitend.
- Patellaluxatie: graad 2 of hoger is fokuitsluitend. Een gewone verklaring dat een dierenarts de knieën heeft bekeken, vervangt het verplichte geprotocolleerde onderzoek niet.
- ECVO-oogonderzoek: een aandoening met het advies 'no breeding from the affected animal' is fokuitsluitend. Niet iedere gevonden oogafwijking leidt automatisch tot uitsluiting.
- Cochleaire doofheid: doofheid aan één of beide oren is fokuitsluitend.
De controle gaat over de reu en de teef zelf, niet automatisch over eerdere generaties. De Raad van Beheer noemt deze screenings bovendien uitdrukkelijk stap één. Later kunnen per ras onder meer DNA-onderzoeken, andere gezondheidscriteria of combinatieregels worden toegevoegd.
Ook een buitenlandse reu valt onder de Nederlandse voorwaarden
Wie voor een Nederlandse dekking een buitenlandse reu gebruikt, moet aantonen dat ook deze hond voldoet aan de Nederlandse Foknormen voor het ras. Buitenlandse onderzoeksuitslagen kunnen worden geaccepteerd wanneer ze controleerbaar en duidelijk aan de juiste hond te koppelen zijn. Welke beoordeling wordt aanvaard, kan per onderzoek en per land verschillen.
Een reserve-reu ontsnapt niet aan die controle. Wordt op het laatste moment een andere reu ingezet, dan moet ook hij op de dekdatum aan de voorwaarden voldoen. Het is daarom verstandig om de onderzoeken van een mogelijke reserve vooraf na te kijken.
Ingevroren sperma maakt de dekdatum niet minder belangrijk
Ook bij ingevroren sperma blijven de Foknormen het uitgangspunt. Leeft de reu nog, dan moet hij op de dekdatum aan de geldende voorwaarden voldoen. Een verplicht ECVO-oogonderzoek moet op dat moment dus nog geldig zijn, ook als het sperma jaren eerder is opgeslagen.
Bij een overleden reu kan een onderzoek niet altijd meer worden uitgevoerd of vernieuwd. Voor een waardevolle en verantwoorde combinatie kan dan vooraf een uitzondering worden aangevraagd. De fokker moet onderbouwen waarom de combinatie belangrijk is, bijvoorbeeld vanwege gezondheid, verwantschap, genetische diversiteit en beschikbare afstammingsgegevens.
Geen stamboom is niet hetzelfde als een algemeen fokverbod
De Foknormen zijn aanvullende voorwaarden voor de afgifte van stambomen door de Raad van Beheer. Voldoet een combinatie niet, dan komen de pups in beginsel niet in aanmerking voor zo'n stamboom. Dat betekent niet automatisch dat de dekking door deze regels wettelijk verboden is.
Naast de kynologische regels geldt de Nederlandse wet. Iedere fokker blijft zelf verantwoordelijk voor een verantwoorde keuze van de ouderdieren en moet voorkomen dat gezondheid en welzijn van de ouderdieren of nakomelingen worden benadeeld. Ook het Basisreglement Welzijn & Gezondheid en, voor aangesloten fokkers, het Verenigingsfokreglement kunnen aanvullende of strengere voorwaarden bevatten.
Een stamboom wordt door de nieuwe controle wel betekenisvoller als controlepunt, maar blijft geen levenslange gezondheidsgarantie. De screenings verkleinen bepaalde risico's en maken fokkeuzes beter controleerbaar. Ze sluiten niet iedere erfelijke aandoening, latere ziekte of ongunstige combinatie uit.
Een uitzondering geldt voor één specifieke combinatie
In bijzondere situaties kan een combinatie die niet volledig aan de Foknormen voldoet toch verantwoord zijn vanuit gezondheid, welzijn of genetische diversiteit. Een uitzondering is geen algemene vrijstelling voor een hond of een ras. De dierenarts van de Raad van Beheer beoordeelt iedere aanvraag voor de voorgestelde reu en teef afzonderlijk en kan voorwaarden aan een goedkeuring verbinden.
De timing is streng: de uitzondering moet ruim vóór de geplande dekking worden aangevraagd en ook vóór de dekking zijn goedgekeurd. Achteraf toestemming vragen wanneer de teef al gedekt is, past niet binnen deze procedure.
Wat moet een fokker vóór de dekking controleren?
Controleer eerst op de rassenpagina welke Foknormen op dat moment gelden. Kijk daarna per ouderdier of het juiste onderzoek is uitgevoerd, de uitslag bekend is en een tijdgebonden uitslag nog geldig is. Met de proefdekking in MijnRvB is te zien welke geregistreerde gezondheidsuitslagen van beide honden bekend zijn. Dat is een hulpmiddel, geen vervanging van de verantwoordelijkheid van de fokker.
Bij een buitenlandse of vervangende reu moet je vooraf nagaan of de documenten controleerbaar zijn. Is een uitzondering nodig, wacht dan met de dekking tot daarover een beslissing is genomen. Na de dekking blijven de gewone stappen rond dekaangifte, geboorteaangifte, UBN, chipregistratie en het dierenpaspoort afzonderlijk van toepassing.
Wat kan een pupkoper hier werkelijk aan controleren?
Vraag welke Foknormen voor het ras gelden en of beide ouderdieren op de dekdatum aan de voorwaarden voldeden. Laat de onderzoeksuitslagen zien en controleer of naam, chipnummer en geldigheidsdatum bij de juiste hond horen. Gezondheidsuitslagen die openbaar worden getoond, zijn ook op Dutch Dog Data op te zoeken.
Kijk vervolgens verder dan het vinkje bij de stamboom. De leefomgeving van de pups, de gezondheid en het gedrag van de moederhond, de socialisatie en de openheid van de fokker blijven belangrijk. De nieuwe controle maakt een wezenlijk deel van het fokproces zichtbaarder, maar vervangt een zorgvuldige kennismaking met fokker, moederhond en nest niet.



