De Nieuwe Hond De Nieuwe HondMagazine & gids
Ruwharige grijze hond ligt op zijn zij
Foto: Depositphotos

Degeneratieve myelopathie (DM) bij hondenrassen: uitleg en advies

Op een DNA-rapport staat “drager” of “verhoogd risico” voor degeneratieve myelopathie. Dat kan vragen oproepen, zeker wanneer je hond gewoon soepel loopt en nergens last van heeft. Wat zegt zo'n uitslag over zijn gezondheid? En hoe gebruik je haar bij een fokbeslissing zonder genetische aanleg met ziekte te verwarren?

Wat is degeneratieve myelopathie bij honden?

Degeneratieve myelopathie (DM) is een langzaam voortschrijdende aandoening van het ruggenmerg. De eerste klachten ontstaan meestal op latere leeftijd. Een hond kan minder goed gecoördineerd lopen, met zijn achtervoeten slepen of toenemende zwakte in de achterhand krijgen.

Zulke klachten hebben ook andere mogelijke oorzaken, waaronder aandoeningen die wel behandeld kunnen worden. Een afwijkende DNA-uitslag is daarom geen reden om onderzoek over te slaan. Laat veranderingen in lopen beoordelen; de dierenarts kan zo nodig naar een veterinair neuroloog verwijzen.

Het SOD1-gen: welke variant onderzoekt de test?

Met “DM-gen” wordt meestal een variant in het SOD1-gen bedoeld. De volledige naam is superoxide dismutase 1. Het gen zelf hoort bij de normale erfelijke aanleg van een hond. De gebruikelijke test onderzoekt de variant SOD1:c.118G>A, die bij verschillende rassen met DM in verband is gebracht.

Bij de Berner Sennenhond is daarnaast een tweede variant beschreven, SOD1:c.52A>T. Een rapport moet dus vertellen wat er daadwerkelijk is getest. Een uitslag voor één variant is geen onderzoek naar iedere mogelijke erfelijke oorzaak van neurologische problemen.

Vrij, drager en verhoogd risico uitgelegd

Een hond heeft voor de onderzochte plaats twee kopieën: één van iedere ouder. Laboratoria gebruiken verschillende letters op het rapport. De betekenis is belangrijker dan de schrijfwijze.

  • N/N of vrij: twee normale kopieën voor de onderzochte variant. De hond geeft die variant niet door. De uitslag is geen algemene garantie tegen alle ruggenmergaandoeningen.
  • A/N, N/DM of drager: één normale en één afwijkende kopie. Binnen het gebruikelijke autosomaal-recessieve model veroorzaakt dit dragerschap geen symptomen. De variant kan wel worden doorgegeven.
  • A/A, DM/DM of at risk: twee kopieën van de variant. De hond heeft een verhoogd risico op DM, maar wordt niet automatisch ziek. Hij geeft de variant aan alle nakomelingen door.

“Genetische lijder” is bij twee kopieën een verwarrende term. Medisch is verhoogd risico duidelijker, omdat het rapport geen klinische diagnose geeft. Ook een drager kan andere neurologische problemen krijgen; “geen symptomen” gaat hier uitsluitend over dit dragerschap, niet over iedere mogelijke ziekte.

Schema met de overerving van vrij, drager en at risk bij degeneratieve myelopathie
Schema over de mogelijke DNA-uitslagen en overerving bij DM. Bron: Shih Tzu Club België.

Waarom wordt niet iedere hond met twee kopieën ziek?

Bij DM spreekt men van onvolledige penetrantie: niet iedere hond met de risico-uitslag ontwikkelt de ziekte. Leeftijd en genetische achtergrond spelen mee. Sommige honden krijgen pas heel laat klachten en andere overlijden aan een andere oorzaak voordat DM zichtbaar kan worden.

Dat maakt een test niet waardeloos, maar beperkt wel wat je eruit kunt afleiden. Je kunt niet voor ieder ras een vast ziektepercentage aan een uitslag koppelen. Daarvoor is goed rasgebonden onderzoek nodig, niet alleen een overzicht van DNA-uitslagen.

DM verschilt tussen hondenrassen

De veelgebruikte SOD1-variant is bij veel rassen gevonden. Voor een kleinere groep is ook een samenhang met klinisch en microscopisch bevestigde DM beschreven. Daaronder vallen bijvoorbeeld de Duitse Herder, Pembroke Welsh Corgi, Boxer, Berner Sennenhond, Golden Retriever, Labrador Retriever en Mopshond.

Een variant vinden en vaststellen hoeveel honden daadwerkelijk ziek worden zijn twee verschillende dingen. Zonder voldoende gegevens kun je niet zeggen dat het risico binnen een ras vrijwel nul is. Meer uitleg over rasverschillen vind je op de Belgische site: daadwerkelijk klinische DM ontwikkelt – verschilt sterk per ras.

Wat betekent een uitslag bij de Shih Tzu?

Ook bij Shih Tzu’s kan de veelgebruikte variant worden gevonden. Het ras staat niet in de geraadpleegde UC Davis-lijst met een door ruggenmergonderzoek bevestigde rasassociatie. Dat is geen bewijs dat ziekte onmogelijk is. Het betekent dat een exact klinisch risicocijfer niet uit het genotype alleen kan worden afgeleid.

Een genetische test kan deel uitmaken van breder gezondheidsbeleid. De clubpagina met de formulering Shih Tzu is het klinisch risico extreem laag voor DM geeft een rasgebonden standpunt. Die formulering is geen bewezen percentage voor iedere afzonderlijke hond en geen vervanging voor onderzoek bij klachten.

Een DNA-test stelt geen diagnose bij achterhandzwakte

De dierenarts kijkt naar het verloop, de lichamelijke bevindingen en het neurologisch onderzoek. Afhankelijk daarvan kan aanvullend onderzoek nodig zijn om andere oorzaken te beoordelen. Een risico-uitslag kan een verdenking ondersteunen, maar maakt een hernia, tumor of andere aandoening niet onmogelijk.

Volledige bevestiging van DM gebeurt door microscopisch onderzoek van het ruggenmerg na overlijden. Tijdens het leven wordt daarom zorgvuldig beoordeeld hoe waarschijnlijk de ziekte is. Bespreek ook comfort, mobiliteit en dagelijkse ondersteuning; de onzekerheid over een diagnose hoeft goede zorg niet tegen te houden.

Waarom combineren met een genetisch vrije hond?

Bij het eenvoudige recessieve overervingsmodel voorkomt een vrije ouder dat pups twee kopieën van de onderzochte variant krijgen. Vrij × drager geeft per pup naar verwachting vrije pups of dragers. Vrij × DM/DM geeft dragers, maar geen pups met twee kopieën van die variant.

Twee dragers combineren geeft per pup 25 procent kans op twee kopieën. Dat voorspelt niet hoeveel zulke pups in één nest geboren worden. Het is een kans per pup. De genetische verdeling zegt bovendien nog niet hoeveel honden later klinisch ziek zullen worden.

Dit verklaart de gedachte achter het gebruik van minstens één vrije ouder, ook in Vlaamse rasgebonden fokafwegingen. Het is geen algemene wettelijke toestemming om ieder drager- of risicodier in te zetten. Een hond met daadwerkelijke neurologische klachten vraagt een afzonderlijke veterinaire beoordeling.

Een verantwoord fokplan kijkt verder dan één uitslag

Alle dragers zonder plan uitsluiten kan de beschikbare populatie verkleinen. Ze zonder verdere afweging combineren is evenmin verstandig. Bekijk familiegeschiedenis, rasgebonden kennis, overige gezondheidsonderzoeken, karakter en genetische diversiteit samen. Een dierenarts met kennis van genetica of een populatiegeneticus kan daarbij helpen.

Voor Nederlandse fokbeslissingen gelden de Nederlandse welzijnsregels; een Vlaams programma vervangt die niet. Het vermijden van ernstige erfelijke aandoeningen en schadelijke kenmerken blijft belangrijk. Een DNA-schema geeft uitleg over één overervingsmodel, geen volledige beoordeling van de fokgeschiktheid van elk hondenras.

De Nieuwe Hond-redactie

Praktische en zorgvuldig gecontroleerde informatie voor hondenliefhebbers en fokkers.

Gepubliceerd: 3 juli 2025Laatste update: 14 september 2026