De Nieuwe Hond De Nieuwe HondMagazine & gids
Hond bij een reisbench in de kofferbak van een auto
Foto: Depositphotos

Je hond mee in de auto

De auto gaat open en je hond staat al klaar: samen naar het bos. Maar niet iedere hond vindt autorijden prettig. Sommigen willen niet instappen of worden tijdens de rit onrustig. Wil je je hond meenemen in de auto, laat hem dan stap voor stap wennen en kies een veilige reisplek. Ook wagenziekte verdient aandacht; die los je niet op door maar te blijven rijden.

Laat je hond eerst wennen aan de stilstaande auto

Begin op een rustige, veilige parkeerplek, zonder dat je meteen ergens naartoe moet. Laat je hond kijken en beloon wanneer hij ontspannen dichterbij komt. Daarna kun je kort oefenen met instappen en weer uitstappen. Duw hem niet naar binnen als hij afstand houdt.

Een stabiele loopplank kan helpen als springen moeilijk of ongeschikt is. Moet je hem tillen, doe dat dan zorgvuldig en passend bij zijn lichaam. Blijf bij hem en houd de oefening kort. Laat hem niet alleen in de auto om hem zogenaamd aan zijn reisplek te laten wennen.

Een vertrouwde én veilige reisplek

Gebruik een geschikte reiskennel of een passende autoveiligheidsvoorziening en bevestig die volgens de gebruiksaanwijzing. Een gewone losse hondenmand beschermt niet bij hard remmen. Controleer bij de keuze ook of het materiaal voor autotransport is bedoeld en op veiligheid is getest.

Zet je hond nooit met zijn halsband vast aan de autogordel. Een harde ruk aan zijn nek kan ernstig letsel veroorzaken. Gebruik een geschikte voorziening met een passend autotuig wanneer je voor dat systeem kiest. Laat hem rustig wennen aan het tuig of de kennel voordat je gaat rijden.

Van even zitten naar een korte rit

Als je hond zich op zijn reisplek op zijn gemak voelt, oefen je de volgende stappen apart: de deur sluiten, de motor starten en uiteindelijk een heel kort stukje rijden. Kijk telkens of hij rustig blijft. Zo merk je welke stap nog tijd nodig heeft.

Kies af en toe een prettige, nabije bestemming, zoals een rustige wandelplek. Maak de rit pas langer wanneer de korte ritten goed gaan. Raakt hij onrustig, ga dan bij de volgende oefening een stap terug. Je hoeft niet door te rijden totdat hij zich erbij neerlegt.

Spanning en wagenziekte kunnen samen voorkomen

Veel speekselen, gapen, onrust en braken kunnen bij wagenziekte passen. Een hond die tijdens een eerdere rit misselijk werd, kan bovendien al spanning krijgen voordat de auto beweegt. Het is dus niet altijd alleen een kwestie van wennen.

Bespreek terugkerende misselijkheid met je dierenarts. Een passende behandeling kan nodig zijn naast een rustige opbouw. Geef niet op eigen initiatief middelen tegen reisziekte voor mensen. Meer uitleg lees je bij wagenziekte bij honden.

Veilig onderweg en rustig uitstappen

Laat je hond vooraf zijn behoefte doen, houd de auto prettig geventileerd en plan pauzes bij langere ritten. Laat hem niet met zijn kop uit het raam hangen. De bestuurder houdt zijn aandacht bij het verkeer; belonen of achterom kijken om te oefenen doe je niet tijdens het rijden.

Beveilig je hond voordat je een deur of de kennel opent. Leer hem rustig wachten en lijn hem aan voordat hij uitstapt. Een enthousiast vertrek naar de wandelplek mag niet eindigen met een hond die tussen geparkeerde auto's wegschiet.

Laat je hond niet achter in een geparkeerde auto. De temperatuur kan snel gevaarlijk oplopen, ook als een raam op een kier staat. Regel ritten en tussenstops zo dat je hem veilig bij je kunt houden.

De Nieuwe Hond-redactie

Praktische en zorgvuldig gecontroleerde informatie voor hondenliefhebbers en fokkers.

Gepubliceerd: 16 september 2016Laatste update: 14 september 2026