Veel honden komen graag even kijken wanneer je een appel schilt of aardbeien klaarmaakt. Een klein stukje fruit kan een leuke traktatie zijn. Maar welk fruit mag een hond eten, welke delen verwijder je en wat geef je beslist niet? Hier vind je het verschil tussen veilig delen en iets wat je beter voor jezelf houdt.
Welk fruit mag je hond eten?
Voor een gezonde hond kunnen deze soorten in kleine hoeveelheden geschikt zijn. Was het fruit, haal harde of ongeschikte delen weg en snijd het zo dat je hond het gemakkelijk kan eten:
- Appel en peer: alleen kleine stukjes vruchtvlees, zonder klokhuis, steel en pitten.
- Aardbei en bosbes: gewassen, met ongeschikte steeltjes verwijderd en zo nodig kleiner gesneden.
- Banaan: een klein stukje, zonder schil.
- Watermeloen of andere meloen: vruchtvlees zonder schil en pitten.
- Ananas: een beetje vruchtvlees zonder harde schil en kroon.
- Kiwi: geschild en in kleine stukjes.
Fruit blijft een extraatje. Een hond die passende volledige voeding krijgt, heeft geen dagelijkse fruitsalade nodig. Je deelt iets lekkers met hem, niet een onmisbaar onderdeel van zijn maaltijd.
Een klein stukje fruit is meestal genoeg
Geef bij een eerste kennismaking een klein hapje en kijk hoe je hond het verdraagt. Veel fruit ineens kan zijn darmen van streek maken. Voor een kleine hond is een stukje bovendien al snel een grotere traktatie dan je op het eerste gezicht denkt.
Fruit bevat ook suiker en calorieën. Vooral banaan is geen tussendoortje om onbeperkt te blijven uitdelen. Tel extraatjes mee bij zijn dagelijkse voeding, zeker wanneer je hond gemakkelijk aankomt.
Volgt hij een medisch dieet, bijvoorbeeld bij diabetes of een voedselallergie, overleg dan welke beloningen daarin passen. Een stukje fruit kan een dieetafspraak doorkruisen, ook al lijkt het een gezond alternatief voor een koekje.
Druiven, rozijnen en krenten: niet geven
Druiven, rozijnen en krenten kunnen ernstige nierschade veroorzaken. Je kunt niet voorspellen welke hond ziek wordt of hoeveel voor hem schadelijk is. Gebruik ze daarom nooit als traktatie.
Heeft je hond ervan gegeten, bel dan meteen je dierenarts, ook als hij nog vrolijk rondloopt. Vertel hoeveel hij mogelijk heeft binnengekregen en wanneer. Wacht niet op braken of andere klachten en laat hem niet zelf braken.
Let ook op krentenbrood, rozijnenkoekjes en mengsels met gedroogd fruit. Het risico verdwijnt niet doordat een rozijn in een gebakje zit. Zet zulke producten na het eten weer buiten zijn bereik.
Pitten en schillen horen niet bij de traktatie
Een grote fruitpit kan vastlopen en sommige pitten bevatten schadelijke stoffen die bij beschadiging kunnen vrijkomen. Geef daarom geen hele perzik, nectarine, pruim of kers. Kies liever een eenvoudig te bereiden stukje appel of meloen dan een vrucht waarvan je hond de pit ongemerkt kan inslikken.
Alleen het geschikte vruchtvlees gaat naar je hond. Een meloenschil of de harde schil van ananas is geen kauwsnack. Verwijder die delen voordat je hem iets aanbiedt en laat geen fruitschillen binnen zijn bereik liggen.
Ook avocado is geen handige keuze om te delen: de grote pit kan vastlopen en het vette vruchtvlees kan maag-darmklachten geven. Er zijn genoeg eenvoudigere extraatjes zonder die nadelen.
Fruit in een dessert is iets anders dan vers fruit
Een aardbei is niet hetzelfde als aardbeientaart of een dessert met fruitsmaak. Daarin kunnen ook chocolade, veel vet of ongeschikte zoetstoffen zitten. Xylitol is gevaarlijk voor honden; geef geen product waarin het verwerkt is.
Een stukje gewassen fruit kun je zelf overzien. Bij gebak, ijs of een gemengd tussendoortje moet je alle ingrediënten kennen. Laat het bij twijfel gewoon staan en geef iets waarvan je weet dat het past.
Wil je liever iets uit de groentelade delen? Bekijk dan welke groenten honden mogen eten. En lust je hond helemaal geen fruit, dan hoeft dat ook niet. Een vriendelijk woord, een spelletje of een passende hondenbeloning kan hem net zoveel plezier geven.



