Tanden wisselen bij puppy’s is soms een probleem
Je puppy kauwt op zijn speeltje en ineens ligt er een klein tandje naast. Dat kan even schrikken zijn, maar meestal hoort het bij het wisselen van zijn gebit. Tanden wisselen bij puppy’s begint doorgaans rond drieënhalf tot vier maanden. Hoe verloopt dat en wanneer heeft zijn mond extra aandacht nodig?
Van scherpe melktanden naar een volwassen gebit
Een normaal melkgebit telt 28 tanden. Het blijvende gebit heeft doorgaans 42 tanden en kiezen en is bij veel pups rond zes tot zeven maanden compleet. Die leeftijden zijn geen strakke deadline voor iedere hond. Laat bij de puppycontroles beoordelen of de ontwikkeling goed verloopt.
Je vindt lang niet alle uitgevallen tandjes terug. Vaak slikt je pup ze ongemerkt in tijdens het eten. Ook kan hij tijdelijk meer willen kauwen of een gevoelige mond hebben. Duidelijke pijn of slecht eten mag je echter niet automatisch aan het wisselen toeschrijven.
Een dubbele tand is een reden voor overleg
Zie je twee hoektanden naast elkaar op een plek waar er één hoort te staan? Dan kan de blijvende tand al doorkomen terwijl de melktand nog aanwezig is. Laat een achtergebleven melktand tijdig beoordelen. Wacht niet standaard tot je hond acht of negen maanden oud is.
De melktand kan de blijvende tand naar een verkeerde positie duwen. Tussen dicht opeenstaande tanden blijven ook gemakkelijker voedselresten en tandplak zitten. Een verkeerde stand kan bovendien het tandvlees of gehemelte beschadigen.
De dierenarts bepaalt of en wanneer de melktand verwijderd moet worden. Trek er niet zelf aan, ook niet als hij los lijkt te zitten. Bij tanden die het gehemelte raken of de bek niet goed laten sluiten, vraag je eveneens om beoordeling.
Veilig kauwen helpt, harde botten niet
Geef geschikt hondenspeelgoed waarop je pup veilig kan kauwen. Let op het formaat en controleer op losse of afgebeten stukken. Blijf erbij wanneer hij iets nieuws krijgt en haal beschadigd materiaal weg.
Heel harde kluiven kunnen tanden beschadigen. Botten, geweien en vergelijkbaar hard materiaal zijn geen goede manier om melktanden los te krijgen. Geef ook geen ijsblokjes als kauwspeeltje. Bij trekspel beweeg je rustig mee en trek je niet hard aan zijn gevoelige gebit.
Zijn mond bekijken hoeft geen gevecht te worden
Oefen het kort optillen van een lip op een ontspannen moment. Beloon en stop voordat het te veel wordt. Je hoeft zijn bek niet met kracht open te trekken of zelf ieder tandje te tellen.
Bouw ook het tandenpoetsen rustig op met hondentandpasta en een zachte borstel. Bij gevoelig tandvlees vraag je hoe je dat comfortabel aanpakt. Een kauwspeeltje vervangt gebitsverzorging niet. Meer over de opbouw lees je bij tandenpoetsen bij je hond.
Wanneer bel je de dierenarts?
Bel bij duidelijke pijn, niet willen eten, zwelling, aanhoudend of veel bloeden, een gebroken tand of opvallend vieze adem. Een pup die minder wil kauwen of telkens voer laat vallen, kan last hebben van zijn mond. Laat dat onderzoeken in plaats van alleen zachter voer te proberen.
Een ontbrekende tand is niet altijd werkelijk afwezig; hij kan nog onder het tandvlees zitten. Dat kun je thuis niet vaststellen. Soms zijn röntgenfoto’s of specialistische begeleiding nodig. Specialistische informatie vind je via www.dierentand.be.
Regelmatige puppycontroles en rustig kijken tijdens de verzorging helpen om problemen tijdig op te merken. Neem zijn gebit dus mee in de gewone verzorging, zonder dagelijks uitgebreid zijn mond te onderzoeken.



