Je hond onderbreekt zijn slaap om zich te krabben en bijt steeds in de vacht bij zijn staart. Je kijkt tussen de haren, maar ziet niets bewegen. Vlooien zijn niet altijd gemakkelijk te vinden. Toch kun je gericht controleren en, als ze aanwezig zijn, een aanpak kiezen die je hond én zijn omgeving meeneemt.
Zoek naar vlooien en donkere korreltjes
Kam rustig met een vlooienkam boven een lichte ondergrond. Let extra op de staartbasis, buik, liezen en oksels. Trek niet door klitten en ga voorzichtig om met rode of beschadigde huid.
Donkere korreltjes kunnen vlooienuitwerpselen zijn. Leg ze op vochtig wit papier: een roodbruin spoor past bij het verteerde bloed dat erin zit. Geen levende vlo vinden sluit vlooien niet uit. Honden met een vlooienallergie kunnen al bij weinig beten veel jeuk krijgen.
Waarom alleen je hond behandelen niet altijd genoeg is
Volwassen vlooien leven op het dier, maar hun eitjes vallen uit de vacht. Larven en poppen ontwikkelen zich in de omgeving. Denk aan het vloerkleed, de bank, kieren en plekken waar je hond vaak ligt. Daardoor kunnen na de start van een behandeling nog nieuwe vlooien tevoorschijn komen.
Dat is niet automatisch bewijs dat het middel niet werkt. Controleer eerst of het goed is toegepast, of alle huisdieren een passende behandeling krijgen en of de omgeving is meegenomen. Steeds een ander product proberen maakt het moeilijker om te zien wat er al gedaan is.
Kies een antivlooienmiddel dat bij je hond past
Een antivlooienmiddel moet passen bij de diersoort, leeftijd, het gewicht en de gezondheid. Lees de bijsluiter vóór gebruik en vraag bij twijfel advies aan de dierenarts of een daarvoor opgeleide medewerker. Dat geldt zeker bij een jonge pup, dracht of bestaande medicatie.
Combineer middelen niet op eigen initiatief. Een tablet, pipet, band en vlooienshampoo hebben niet allemaal dezelfde werking en gebruiksvoorwaarden. Wassen kan bovendien invloed hebben op sommige producten. Noteer wat je geeft en wanneer de volgende toepassing volgens de bijsluiter nodig is.
Ook de andere dieren tellen mee
Een hond zonder zichtbare jeuk kan toch onderdeel van het vlooienprobleem zijn. Bespreek daarom een gezamenlijke aanpak voor de huisdieren. Dat betekent niet dat ieder dier hetzelfde middel krijgt.
Sommige hondenmiddelen zijn gevaarlijk voor katten. Permethrin is daarvan een bekend voorbeeld. Let ook op contact tussen een behandelde hond en andere dieren, bijvoorbeeld doordat ze elkaar likken. Volg de productwaarschuwingen precies. Gebruik evenmin zomaar een honden- of kattenmiddel bij een konijn.
Maak zijn vaste ligplekken schoon
Stofzuig regelmatig, ook onder meubels en langs randen. Was geschikte dekens en hoezen volgens hun wasvoorschrift. Neem hondenmanden, de auto en andere vaste rustplekken mee. Een eenvoudig overzicht helpt wanneer verschillende gezinsleden voor de dieren zorgen.
Als een omgevingsmiddel nodig is, gebruik het alleen op de plaatsen en volgens de aanwijzingen op het etiket. Het hoort niet op de hond. Houd rekening met kinderen, katten, vogels, vissen en andere aanwezige dieren. Stop geen vlooienband of spray in de stofzuiger.
Laat ernstige jeuk en huidwonden beoordelen
Een goede bestrijding helpt nieuwe beten voorkomen, maar een beschadigde huid kan extra zorg vragen. Bel bij hevige jeuk, wondjes of onvoldoende verbetering. Een pup met veel vlooien die zwak of suf wordt, moet snel worden beoordeeld: vlooien kunnen bij jonge dieren bloedarmoede veroorzaken.
Een besmette vlo inslikken kan ook een lintworm overbrengen. Vraag of daarvoor behandeling nodig is; alleen ontvlooien verwijdert een aanwezige lintworm niet. Houd daarna een passend preventieplan vol. In huis kunnen vlooien het hele jaar voorkomen. Lees ook waarom natuurlijke huismiddelen geen veilige vervanging zijn.



