Tussen de haren van je hond voel je een klein bultje: een teek. Met het juiste hulpmiddel kun je die vaak zelf verwijderen. Hier lees je hoe je rustig werkt, wat je beter niet doet en wanneer je hulp vraagt. Wacht met verwijderen niet tot de teek groter wordt of vanzelf loslaat.
Eerst goed kijken, dan vastpakken
Zorg voor goed licht en houd de haren opzij. Een huidknobbeltje, korstje of tepel kan op een teek lijken. Trek dus niet aan iets waarvan je niet weet wat het is. Controleer ook de rest van de vacht: één gevonden teek sluit andere niet uit.
Laat je hond rustig staan of liggen en vraag iemand te helpen als dat makkelijker is. Bij pijn of hevig verzet blijf je niet doortrekken. Vooral bij oog, lip en andere gevoelige plekken kan hulp van de dierenarts verstandiger zijn.
Een teek verwijderen in vijf stappen
- Pak een geschikte tekenverwijderaar en lees de eigen gebruiksaanwijzing.
- Houd de haren opzij zodat je goed bij de aanhechting kunt.
- Pak of omvat de teek dicht bij de huid, zonder het opgezette lichaam fijn te knijpen.
- Verwijder hem rustig met de beweging die bij jouw hulpmiddel hoort.
- Controleer de beetplek, reinig die zo nodig met een voor honden geschikt middel en noteer de datum.
Met een fijn pincet trek je gelijkmatig recht omhoog, zonder te draaien. Sommige speciale haakjes vragen juist een draaibeweging. Volg het hulpmiddel, niet een algemene regel die voor ieder product zou gelden. Een teek schroeft zich niet in de huid; het ontwerp van de verwijderaar bepaalt de aanpak.
Lees de instructies alvast wanneer je het hulpmiddel koopt. Dan hoef je niet met je hond naast je uit te zoeken hoe het werkt. Bewaar het op een vaste plek, ook wanneer je op vakantie gaat, en maak het na gebruik schoon.
Geen olie, alcohol of brandend voorwerp
Smeer een vastzittende teek niet vooraf in met olie, alcohol, zeep of lijm. Probeer hem ook niet weg te branden. Dat vervangt zorgvuldig verwijderen niet en kan je hond verwonden. Knijp evenmin in het achterlijf om de teek los te krijgen.
Voor de huid kies je geen agressief schoonmaakproduct of zelfgemaakt mengsel. Let erop dat je hond niet aan een geïrriteerde plek blijft likken of krabben. Vraag advies als de beetplek dikker, roder of pijnlijker wordt.
Wat als er iets in de huid achterblijft?
Achtergebleven monddelen zijn niet hetzelfde als een hele teek die nog vastzit en bloed zuigt. Ga niet diep graven of snijden om een klein restje weg te halen. Daarmee kun je de huid verder beschadigen. Overleg wanneer je twijfelt over wat er zit of je hond er last van heeft.
Een foto van de plek kan helpen om een verandering te volgen. Noteer waar de teek zat en wanneer je hem hebt verwijderd. Je hoeft de huid niet steeds opnieuw vast te pakken; kijk rustig of ze herstelt.
Let na de beet op je hond
Een tekenbeet leidt niet automatisch tot ziekte. Bij duidelijke sloomheid, minder eten, koorts, manken of opvallend veranderde urine neem je wel contact op met je dierenarts. Noem de beet, de gebruikte bescherming en eventuele reizen. Ernstige zwakte, benauwdheid of snelle achteruitgang vraagt spoedhulp.
Wacht bij een zieke hond niet op een rode ring rond de beet. Lees ook over de ziekte van Lyme bij honden. Behandel je hond niet met antibiotica of een dosering die voor mensen wordt beschreven.
Teken voorkomen zonder de controle te vergeten
Overleg met je dierenarts of een deskundige dierenspeciaalzaak over passende bescherming. Volg de gebruiksaanwijzing voor leeftijd, gewicht en toepassing. Bepaalde hondenmiddelen zijn gevaarlijk voor katten, dus houd ook rekening met andere dieren thuis.
Blijf zijn vacht nakijken na buitenactiviteiten. Ook op zachte winterdagen kunnen teken actief zijn. Controle en bescherming vullen elkaar aan; geen enkel gevonden exemplaar is een reden om zomaar een extra dosis te geven.
