Je puppy speelt, eet en valt daarna tevreden in slaap. Toch wil je graag weten waar je op moet letten om hem gezond te houden. Een gezonde puppy herkennen begint met zijn dagelijkse gewoonten leren kennen. Zijn gedrag, ogen, oren, huid en manier van bewegen geven je aanwijzingen, maar vervangen geen onderzoek door de dierenarts.
Let op hoe je puppy zich gewoonlijk gedraagt
Puppy’s slapen veel. Na een druk speelmoment hoeft een lange dut dus niet te betekenen dat er iets mis is. Let vooral op je pup wanneer hij wakker is: toont hij belangstelling, zoekt hij contact en beweegt hij zoals je van hem gewend bent?
Het valt vaak snel op wanneer dat verandert. Hij laat zijn maaltijd staan, blijft liggen terwijl hij anders komt kijken of wil niet meer mee naar buiten. Neem zulke veranderingen serieus, zeker als er meer klachten tegelijk zijn. Een vrolijk moment tussendoor sluit ziekte niet uit.
Ogen en oren: kijken zonder te peuteren
Bekijk zijn ogen tijdens een rustig contactmoment. Knijpt hij een oog dicht, wrijft hij er steeds aan of zie je roodheid, zwelling of opvallende afscheiding? Laat dat beoordelen. Een pijnlijk oog vraagt snel hulp; wacht zeker niet bij een verwonding of wanneer je pup plotseling minder lijkt te zien.
Traanvocht komt bij sommige honden vaker voor, maar pijn en irritatie horen niet vanzelf bij een ras. Gebruik geen oude oogdruppels en probeer geen vastzittend voorwerp zelf uit het oog te halen.
Bij de oren let je op veel krabben, kop schudden, een nare geur, afscheiding of pijn bij aanraken. Een kleine hoeveelheid oorsmeer is niet hetzelfde als een ontsteking. Steek geen wattenstaafje in de gehoorgang en druppel niet zomaar een middel in het oor. Je dierenarts kan bekijken wat er nodig is.
Huid, vacht en soepel bewegen
De vacht van de ene pup ziet er heel anders uit dan die van de andere. Let op veranderingen bij jouw hond: kale plekken, korstjes, rode huid of aanhoudend jeukgedrag. Kijk ook onder de vacht wanneer je hem zachtjes borstelt. Zo merk je een huidprobleem soms eerder op dan op een foto.
Kijk hoe hij uit zijn mand komt en door de kamer loopt. Mank lopen, een poot ontzien of niet willen bewegen zijn redenen voor overleg. Laat hem niet extra rennen of springen om te testen of hij het toch kan.
Pijn is niet altijd piepen. Een pup kan ook stiller worden, zich terugtrekken, anders gaan liggen of aanraking vermijden. Laat een plotselinge gedragsverandering daarom niet alleen als ongehoorzaamheid behandelen.
Eten, drinken en ontlasting horen bij de gezondheidscheck
Je hoeft niet ieder hapje te tellen om te merken dat zijn eetlust verandert. Kijk naar zijn gewone maaltijden, drinkgedrag en ontlasting. Slecht eten in combinatie met braken, diarree of sufheid is iets anders dan één brokje laten liggen.
Overleg dezelfde dag bij diarree bij een puppy. Bel direct bij herhaald braken, bloed of zwarte ontlasting, niet drinken, duidelijke buikpijn, benauwdheid of snelle achteruitgang. Laat je dierenarts bepalen hoe dringend een onderzoek nodig is.
Rustig verzorgen helpt je veranderingen opmerken
Maak even kijken en zachtjes aanraken onderdeel van de gewone verzorging. Houd het kort en stop wanneer je pup pijn of spanning laat zien. Je hoeft hem niet te laten schrikken, stevig vast te houden of zijn uithoudingsvermogen te testen om te weten hoe het met hem gaat.
Neem veranderingen mee naar de geplande puppycontroles en bel eerder bij klachten. Thuis zie jij hoe hij eet, slaapt en speelt; de dierenarts kan onderzoeken wat je aan de buitenkant niet kunt beoordelen.
Fotoreferentie bij dit artikel: Shih-tzu Mysticwonderland.be.



