De ene hond loopt enthousiast het water in, de andere blijft liever aan de kant. Wil je je hond leren zwemmen, begin dan met rustig wennen op een veilige plek. Niet iedere hond zwemt vanzelf goed en je kunt waterplezier niet afdwingen. Hier lees je hoe je de eerste kennismaking opbouwt en waar je onderweg op let.
Kies water met een gemakkelijke in- en uitgang
Zoek een plek waar honden mogen komen, met rustig water en een oever die geleidelijk afloopt. Bekijk vooraf waar je hond weer uit het water kan. Een steile kant of hoge steiger maakt de terugweg moeilijk, ook wanneer hij eenmaal goed zwemt.
Vermijd stroming, vaarwater, grote golven en plekken met takken of andere obstakels onder het oppervlak. Controleer waarschuwingen over de waterkwaliteit. Laat hem niet zwemmen bij vermoeden van blauwalg of vervuiling. Helder water alleen bewijst niet dat het veilig is.
Laat je hond zelf het water ontdekken
Blijf eerst bij de ondiepe oever en laat hem kijken en snuffelen. Misschien zet hij alleen zijn voorpoten in het water. Beloon die belangstelling zonder hem meteen verder te lokken. Een rustige eerste kennismaking hoeft nog geen zwembeurt te worden.
Duw of gooi je hond nooit het water in. Til hem ook niet boven diep water om te testen of hij zichzelf redt. Dat kan gevaarlijk zijn en hem juist bang maken. Als je zelf een stukje meegaat, doe dat alleen waar bodem, diepte en omstandigheden ook voor jou veilig zijn.
Van pootjebaden naar een klein stukje zwemmen
Wanneer je hond ontspannen het ondiepe water inloopt, kun je hem dichtbij de kant iets verder uitnodigen. Houd de terugweg kort en duidelijk. Laat hem naar dezelfde gemakkelijke uitgang terugkomen en geef hem daar rust. Een speeltje kan helpen als hij al vertrouwd is met het water, maar gooi het niet steeds verder weg.
Een goed passend hondenzwemvest kan extra ondersteuning geven. Laat hem er eerst op het droge aan wennen en controleer de pasvorm. Een zwemvest vervangt geen toezicht. Blijf kijken hoe hij beweegt en laat hem niet alleen bij het water.
Niet iedere hond kan dezelfde inspanning aan
Conditie, lichaamsbouw, gezondheid en watertemperatuur beïnvloeden hoe zwaar zwemmen is. Sommige honden hebben door hun bouw veel moeite om boven water te blijven. Ook een hond die graag zwemt, heeft pauzes nodig. Zwemmen is niet automatisch een geschikte behandeling voor gewrichtsklachten; bespreek daarvoor passende beweging met je dierenarts.
Maak de eerste beurten kort. Blijf niet oefenen totdat je hond zichtbaar vermoeid is en laat hem niet fanatiek zwemmen om op een hete dag af te koelen. De inspanning produceert zelf ook warmte. Rustig pootjebaden kan dan een betere keuze zijn.
Voorkom dat hij veel zwemwater inslikt
Eindeloos apporteren of happen naar golven kan ervoor zorgen dat een hond veel water binnenkrijgt. Te veel zoet water in korte tijd kan watervergiftiging veroorzaken; zeewater brengt door het zout weer andere risico's mee. Neem schoon drinkwater mee en onderbreek drukke waterspelletjes op tijd.
Sufheid, wankelen, braken, benauwdheid of een aanval na waterpret zijn redenen om onmiddellijk je dierenarts te bellen. Ook aanhoudend hoesten na zwemmen moet worden beoordeeld. Breng jezelf niet in gevaar bij een reddingspoging; bel bij een gevaarlijke situatie de hulpdiensten.
Na het zwemmen rustig bijkomen
Spoel vuil of zout uit de vacht met schoon water, droog je hond waar nodig en bekijk zijn poten. Laat hem daarna rustig herstellen. Houd geen voorwerpen diep in de oren om water te verwijderen.
Blijft hij liever met zijn poten op de bodem, dan is dat ook prima. Een wandeling langs het water of even pootjebaden kan genoeg plezier geven. Hij hoeft niet hetzelfde te doen als de hond die naast hem achter een bal aan zwemt.



