Je gooit een speeltje en je hond rent er enthousiast achteraan. Daarna loopt hij ermee naar zijn eigen plek, terwijl jij nog wacht op het terugbrengen. Voor hem kan het oppakken al een fijn spel zijn. Apporteren bestaat uit meer stappen dan alleen achter iets aan gaan.
Je hond leren apporteren begint bij belangstelling, daarna volgen terugkomen en loslaten. Hieronder lees je hoe je die onderdelen rustig opbouwt zonder achtervolgen of trekken aan het speeltje.
Begin dichtbij met iets dat je hond leuk vindt
Kies een veilig speeltje dat past bij zijn formaat en manier van spelen. Leg het dichtbij op een rustige plek met goede grip. Beloon wanneer hij belangstelling toont of het vrijwillig oppakt.
Niet iedere hond wil dezelfde bal of apporteerdummy dragen. Probeer passend materiaal zonder hem iets in de bek te duwen. Als hij geen belangstelling heeft, kun je een ander spel kiezen; apporteren hoeft geen verplichte vaardigheid te zijn.
Terug naar jou komen moet prettig blijven
Wanneer hij het speeltje oppakt, nodig je hem rustig uit om dichtbij te komen. Begin met weinig afstand. Beloon toenadering en pak het voorwerp niet meteen af. Zo hoeft aankomen niet automatisch te betekenen dat hij zijn plezier kwijtraakt.
Ren niet achter hem aan om het terug te krijgen. Dat kan het spel veranderen in wegblijven en achtervolgen. Maak de volgende poging kleiner en oefen terugkomen afzonderlijk wanneer dat nog niet duidelijk is.
Loslaten leer je met een prettige ruil
Bied iets aan waarvoor je hond het speeltje vrijwillig wil loslaten, zoals een klein hapje of een ander geschikt speeltje. Benoem het loslaten wanneer die beweging herkenbaar wordt en geef daarna geregeld het eerste speeltje weer terug.
Houd handen uit een gespannen bek en trek niet harder omdat hij vasthoudt. Bij verstijven of grommen stop je de confrontatie en vraag je zo nodig begeleiding. Bewaken is geen gewone onwil om een apporteeroefening uit te voeren.
Voeg de onderdelen pas samen als ze afzonderlijk lukken
Begin met een korte afstand: oppakken, naar je toe komen en ruilen. Een paar geslaagde pogingen zijn voldoende. Vergroot de afstand geleidelijk en houd de omgeving overzichtelijk.
Een lange worp maakt leren niet gemakkelijker. Je hond kan onderweg door iets anders worden afgeleid of vooral plezier hebben in rennen. De volgende poging dichtbij geeft vaak meer duidelijkheid dan meteen opnieuw ver gooien.
Kies een veilige speelplek en geef pauzes
Oefen op een geschikte ondergrond, weg van verkeer en obstakels. Gebruik geen scherpe of breekbare voorwerpen en gooi niet met stokken. Houd spel passend bij gezondheid en bewegingsmogelijkheden.
Niet iedere sessie hoeft uit veel snelle achtervolgingen te bestaan. Rustig dragen, dichtbij ophalen en een zoekspel kunnen ook leuk zijn. Laat je hond pauzeren voordat opwinding de hele oefening overneemt.
Een vondst terugbrengen is niet het enige leuke resultaat
Samen spelen is belangrijker dan een perfecte afgifte. Een hond die ontspannen meedoet en weer contact zoekt, heeft al plezier in de bezigheid. Je hoeft niet ieder spel als een examen af te sluiten.
Bekijk ook hoe je een verstopt speeltje laat zoeken. Daarmee kun je het speelmoment afwisselen zonder telkens harder of verder te gooien.



