Je merkt vaak als eerste dat je hond anders plast, sneller ademt of zich niet lekker voelt. Zulke veranderingen kunnen belangrijke aanwijzingen zijn. Hier lees je waarop je kunt letten bij urine, de geslachtsopening, ademhaling, pols en temperatuur, zonder van je woonkamer een dierenartspraktijk te maken.
Plassen: let op het patroon van jouw hond
Sommige honden plassen tijdens een wandeling op veel plekken, andere legen hun blaas in één keer. Het verschil tussen reuen en teven is niet zo eenvoudig dat er voor ieder geslacht een vast aantal plasbeurten geldt. Belangrijker is wat voor jouw hond gebruikelijk is en wat daarin verandert.
Vaker hurken of de poot optillen terwijl er weinig komt, pijn bij het plassen en bloed in de urine verdienen overleg met de dierenarts. Ook nieuwe ongelukjes in huis kunnen een lichamelijke oorzaak hebben. Aan de kleur van urine alleen kun je niet zien wat er aan de hand is. Lees meer over blaasontsteking en urineklachten bij honden.
Herhaald persen zonder te kunnen plassen is spoed. Bel meteen, ook als je hond verder nog redelijk alert lijkt. Wacht niet tot de volgende wandeling om te kijken of het dan lukt.
Afscheiding bij de geslachtsopening
Bij een volwassen reu kan een kleine hoeveelheid slijmerige afscheiding aan de voorhuid voorkomen zonder dat hij klachten heeft. Veel afscheiding, bloed, pijn of opvallend veel likken is iets anders. Laat een nieuwe of duidelijke verandering beoordelen in plaats van zelf een ontsmettingsmiddel of zalf te gebruiken.
Bij een teef is ook haar cyclus van belang. Vertel bij het bellen wanneer ze loops was en of ze gecastreerd is. Ziek worden na de loopsheid, met meer drinken, braken of afwijkende uitvloeiing, kan onder meer passen bij een baarmoederontsteking. Daarbij hoeft geen afscheiding zichtbaar te zijn. Een teef die ziek oogt, moet dus niet op uitvloeiing worden gecontroleerd voordat je hulp vraagt.
Ademhaling beoordelen wanneer je hond rustig slaapt
Na rennen of bij warmte kan je hond hijgen. Om zijn rustige ademhaling te bekijken, kies je een moment waarop hij ontspannen slaapt en niet hijgt. Tel gedurende een minuut hoe vaak zijn borstkas omhoogkomt. Omhoog en weer omlaag is samen één ademhaling.
Bij een hond die voor een aandoening wordt gevolgd, kan de dierenarts vragen zulke metingen bij te houden. Noteer het aantal en het tijdstip, en bespreek welke verandering voor jouw hond belangrijk is. Een eenmalige telling na onrust zegt minder dan metingen onder dezelfde rustige omstandigheden.
Zichtbaar moeite met ademen vraagt direct hulp. Denk aan krachtig meebewegen van de buik, een uitgestrekte hals of niet kunnen gaan liggen door benauwdheid. Een filmpje kan de dierenarts helpen, maar mag het bellen of vertrekken niet vertragen. Ga niet eerst uitgebreid tellen wanneer je hond naar adem lijkt te zoeken.
Pols en temperatuur: een getal vertelt niet alles
De hartslag verschilt onder meer door formaat, activiteit en opwinding. Een hartslag die je voelt bij een spannende gebeurtenis is niet te vergelijken met die van dezelfde hond tijdens de slaap. Wil de dierenarts dat je thuis zijn pols volgt, laat dan tonen hoe je die betrouwbaar voelt en telt.
De lichaamstemperatuur van honden ligt doorgaans rond 38,3 tot 39,2 graden Celsius. Ook die waarde krijgt pas betekenis samen met de omstandigheden en zijn klachten. Een warme of droge neus is geen betrouwbare koortsmeter, en een normale temperatuur bewijst niet dat je hond gezond is.
Meet alleen als dat veilig kan en je weet hoe het moet. Forceer een angstige of pijnlijke hond niet. Bij twijfel over een meting kun je de dierenarts vertellen wat je hebt gedaan; probeer niet op basis van één getal zelf medicatie te geven.
Vertel wat er veranderd is
Wanneer je belt, zijn concrete observaties nuttig: sinds wanneer plast hij anders, hoeveel moeite kost ademhalen en eet of drinkt hij nog zoals gewoonlijk? Vermeld ook braken, pijn en gebruikte medicijnen. Zo help je de dierenarts inschatten hoe snel je hond moet worden onderzocht. Lees ook hoe je andere tekenen van ziekte herkent.



